Leerlingenvervoer

leerlingvervoerEen leerling die vanwege een structurele handicap, bijvoorbeeld een chronische ziekte, niet zelfstandig naar de school kan gaan, heeft recht op leerlingenvervoer. De ouders hoeven geen eigen bijdrage te betalen. Het gaat om de dichtstbijzijnde school die voor de leerling toegankelijk is. De leerling mag dus bij wijze van spreken geen school voorbijrijden die ook geschikt zou zijn.

De gemeente beslist of een leerling recht heeft op leerlingenvervoer. Ouders moeten elk schooljaar een aanvraag doen bij de gemeente. Gemeenten hebben binnen de wettelijke kaders vrijheid om de voorwaarden voor een tegemoetkoming vast te stellen. Daarom verschillen de voorwaarden per gemeente. Leerlingenvervoer is beschikbaar voor het regulier en het speciaal onderwijs. Door de voorwaarden die gemeenten stellen, komen leerlingen in het regulier onderwijs echter vrijwel nooit in aanmerking voor leerlingenvervoer.

Voorwaarden
Sommige gemeenten hanteren een kilometergrens bij het toekennen van leerlingenvervoer. Beneden deze grens heeft de leerling geen recht op een vergoeding. De kilometergrens mag ten hoogste zes kilometer bedragen. Bij een tijdelijke handicap (bijvoorbeeld een gebroken been), heeft een leerling geen recht op leerlingenvervoer. Als criterium wordt vaak een termijn van drie maanden aangehouden.

Vormen leerlingenvervoer
De gemeente beoordeelt welke vorm van leerlingenvervoer geboden wordt. Er zijn verschillende vormen van leerlingenvervoer:
• Het kind en zijn begeleider krijgen een abonnement voor het openbaar vervoer.
• De leerling maakt gebruik van georganiseerd vervoer met bus of taxi (aangepast vervoer).
• Ouders halen en brengen hun kind zelf en krijgen daarvoor een vergoeding.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een modelverordening voor leerlingenvervoer opgesteld die alle details van de regeling beschrijft. De modelverordening dient als uitgangspunt voor de verordeningen van afzonderlijke gemeenten.


Print Friendly