Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Wat weten we?
Uit onderzoek blijkt dat er in Nederland naar schatting elk jaar twaalfduizend kinderen en jongeren met niet-aangeboren hersenletsel bijkomen in de leeftijdsklasse tot twintig jaar. Twaalfduizend kinderen en jongeren lijkt een onmogelijk groot getal, maar bij de meerderheid van deze jongeren wordt geen diagnose gesteld. De jongeren die wel door een arts worden gezien, krijgen lang niet allemaal een serieuze follow-up.
Tevens blijkt dat leerlingen problemen ondervinden, als zij na het verworven letsel, terugkeren naar hun oude school. De mogelijkheden voor onderwijs aan jongeren met niet-aangeboren hersenletsel zijn vaak ontoereikend en onvoldoende afgestemd op andere vormen van hulpverlening.
Daarbuiten is het sociaal netwerk minder georganiseerd, waardoor afstemming nog moeilijker is. Ook ontbreekt het leerkrachten vaak aan deskundigheid om adequaat les te geven en de nodige begeleiding aan te bieden. De leerling en de docent zullen zich voortdurend bewust moeten zijn van verminderde mogelijkheden van de leerling en beiden zullen gemotiveerd moeten zijn om optimale resultaten te halen. Wat men zich lang niet altijd realiseert is, dat een niet-aangeboren hersenletsel een chronische ziekte is.


Wat betekent dat voor de praktijk?

Ondersteuning van kinderen en jongeren met gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in het onderwijs is belangrijk. Uit (internationale) literatuur en de Nederlandse praktijk komt naar voren dat de onderwijsbehoefte van kinderen na het oplopen van hersenletsel drastisch verandert. Vaak schiet de onderwijspraktijk tekort.
In het onderwijsprotocol leest u wat nodig is voor de meest optimale vorm van onderwijs aan leerlingen met NAH. Vanuit Ziezon willen we dit aanreiken als extra informatie naast de Ziezon informatie, waarbij we willen aantekenen dat dit document niet de status heeft van een formeel protocol, maar vooral informatie geeft over de achtergronden van NAH en richtlijnen geeft voor de onderwijspraktijk.

Het protocol bestaat uit:

  • stroomschema’s om transities te verbeteren en leerlingen met NAH toe te leiden naar de juiste vorm van onderwijs
  •  inhoudelijke adviezen voor het onderwijs aan leerlingen met NAH. De inhoudelijke adviezen betreffen randvoorwaarden voor succesvol NAH-onderwijs en adviezen voor docenten. Een lijst met adviezen biedt leraren strategieën hoe ze het beste kunnen omgaan met lichamelijke, cognitieve en emotionele problemen van NAH-leerlingen.

Doelen van het onderwijsprotocol voor leerlingen met NAH zijn:

  • beter identificeren van leerlingen met NAH in het onderwijs
  • het verbeteren van transities tussen de zorg en het onderwijs en binnen het onderwijs
  • het toeleiden van leerlingen met NAH naar de juiste vorm van onderwijs en begeleiding

In gesprek

Neem gerust contact op met een van de consulenten. Op onze landkaart kunt u de contactgegevens van een consulent bij u in de regio vinden.


Print Friendly

Over de Ziezonbrochures

U vindt op deze website over een groot aantal ziektebeelden, bedoeld voor leraren met een zieke leerling in de klas. De informatie is samengesteld door consulenten OZL, verbonden aan het netwerk Ziezon en goedgekeurd door artsen uit betrokken ziekenhuizen. Zoekt u informatie over een ziektebeeld (of onderzoek en/of behandeling) dat hier niet bij staat? Neemt u dan contact op met onze informatie-specialist Elske van Spanje. Of kijk verder in de Onderwijsdatabank, waar ook publicaties te vinden zijn over de verschillende ziektebeelden en ziek zijn en onderwijs